Leerkrachten doen altijd aan sociale weerbaarheidstraining. In de klas, op het schoolplein, tijdens de sportdag, op het schoolkamp. Leerkrachten vragen naar de rol van het kind bij een ruzie; vragen om samen te werken; moedigen het kind aan om zelf iets aan een ander kind te vragen; vragen aan een kind om zich te verplaatsen in de ander, enzovoort. Leerkrachten werken ook aan het zelfvertrouwen van kinderen, dé basis voor weerbaarheid, door ze bijvoorbeeld te wijzen op wat ze allemaal al (wel) kunnen.
De vraag is echter: hoe bewust ben je er als leerkracht mee bezig?
Op veel scholen wordt tegenwoordig min of meer methodisch gewerkt aan het verwerven van sociale vaardigheden. Dat gebeurt dan in de vorm van losstaande projecten over pesten, seksuele intimidatie en dergelijke; een enkele keer heeft een school er een methode voor en staat ´sociale vaardigheden´ op het rooster. We erkennen de goede bedoelingen van deze werkwijzen. We erkennen ook dat het werken aan sociale vaardigheden op deze manier vruchten af kan werpen. Maar we zien ook gevaren.
Werken aan sociale vaardigheden doe je niet alleen op dinsdagmiddag van 14.30 tot 15.15 uur. Je bent er niet als alle kinderen na een kort kringgesprek de invuloefeningen over het thema van deze week ´aardig zijn voor elkaar´ hebben gemaakt. Deze werkwijze mag dan wel een legitimering zijn naar ouders en inspectie ("We doen elke week aan sociale vorming!"), maar het blijft droogzwemmerij. Het heeft meestal niets van doen met wat er die ochtend op het school- plein is gebeurd. Het heeft geen raakvlak met wat er zich bij een kind thuis heeft afgespeeld. Met andere woorden: het ijzer wordt niet gesmeed als het heet is.
Het zal duidelijk zijn dat wij pleiten voor het bewust werken aan de sociale weerbaarheid op school. Veel kinderen vinden het namelijk moeilijk om het juiste gereedschap te vinden bij een probleem wat zich voordoet in de klas of daarbuiten. En ieder kind komt nou eenmaal problemen en conflicten tegen. Door kinderen te leren die bespreekbaar te maken en te zoeken naar oplossingen leren we hen om zaken te accepteren en te relativeren. Daardoor zullen zij zichzelf en de ander beter begrijpen. En dat zorgt voor een zekere rust in hun sociale contacten.
De leerkracht hoeft echt niet ieder moment van de dag bezig te zijn met sociale weerbaarheid van zijn leerlingen. Dat is onmogelijk. Maar als opgemerkt wordt dat er iets speelt, is het belangrijk dat het ook op tafel komt. Wij staan dus een integrale aanpak voor. Dat wil zeggen dat de acties van de leerkracht op het gebied van sociale weerbaarheid(straining) verband moeten houden met wat er onder de kinderen leeft en moet plaatsvinden op het moment dat iets zich aandient. Dat houdt wel in dat de leerkracht daarvoor over goed gereedschap moet beschikken. De Fidesmethode geeft goede hulpmiddelen die hij of zij kan inzetten.