Waarom aandacht voor sociale weerbaarheid?

Er zijn kinderen die het op school, thuis of op de club niet naar hun zin hebben, niet ´lekker in hun vel zitten´. Ze willen zich daarover uiten, maar kunnen dat om de een of andere reden niet. Het kan zijn dat een kind angst heeft om naar school te gaan, omdat het bijvoorbeeld gepest wordt en (nog) niet in staat is om daarmee om te gaan. Hopelijk ventileert dit kind zijn gevoelens thuis of bij de leerkracht, maar soms gebeurt dit niet. Sommige kinderen hebben al zo´n groot verantwoordelijkheidsgevoel dat ze het idee hebben dat ze volwassenen belasten met hun problemen en proberen het dus alleen op te lossen. Soms ook schamen kinderen zich en praten daarom niet. Of ze zijn bang voor de consequenties die praten kan hebben, zoals een mogelijke wraakneming door de pester. Een andere reden waarom een kind niet op zijn gemak op school zit kan ook zijn, dat het bang is om iets fout te doen bijvoorbeeld in het schoolwerk of ten opzichte van andere leerlingen. Het kind is bang om niet aan de eigen verwachtingen of die van de omgeving te voldoen. De een wordt hier passief van en gaat stilletjes in een hoekje zitten. Het kind denkt misschien: "Als ik niets doe, doe ik ook niets verkeerd". Een ander kind hangt de clown uit in de hoop dan de anderen hem dan leuk genoeg vinden. Zo kunnen er al twee rollen ontstaan die door de reacties van de omgeving nog eens versterkt of in stand gehouden worden. Soms zit een kind in een moeilijke klas en moppert de leerkracht vaak. Er zijn kinderen die de boze woorden van de leerkracht op zichzelf betrekken ook al zijn ze meestal niet bedoeld voor hen. In de praktijk blijkt het best lastig om van de etiketjes als ´clown´ of ´stille´ af te komen, ook al werk je daar bewust aan. Als een kind met angst voor de andere kinderen, de leerkracht of angst om te falen blijft zitten, is het misschien wel logisch dat het buikpijn of hoofdpijn krijgt en daar zelfs geregeld voor thuisblijft. Ook zijn er kinderen die weinig of geen vriendjes hebben en veel thuis zijn, het liefst veilig achter de televisie of computer. Ze willen of durven niet op een clubje of sportvereniging. Natuurlijk is iedereen anders en heeft het ene kind meer behoefte aan sociaal contact dan het andere. De vraag is of die behoefte er inderdaad niet is, of dat angst of het gebrek aan sociale vaardigheden het gedrag bepaalt. Met andere woorden: wat wil een kind echt? Wat heeft het nodig om meer en meer zichzelf te worden om zo uit de rollen te stappen die het heeft ´geleerd´ te spelen? We denken dat het belangrijk is dat een kind zichzelf leert kennen met al het moois en minder moois dat het in zich heeft. Dat het leert relativeren, leert te kijken achter het gedrag van de anderen. Dan wordt het sociaal weerbaarder, staat het sterker in zijn schoenen en kan het zo goed tot ontplooiing komen.

De basis voor sociale weerbaarheid is zelfvertrouwen. Kinderen ´moeten´ durven en kunnen vertrouwen op hun eigen mogelijkheden.