Nogal Fides

Uit: Egoscoop, onderwijstijdschrift voor Ervaringsgericht onderwijs. Jaargang 9, nummer 3, april 2005.

Henk en Ingrid de Visser hebben vanuit het onderwijs en de zorg ruime ervaring op het gebied van zelfvertrouwen en weerbaarheid bij kinderen. In de afgelopen tien jaar hebben zij hun ideeën, ervaringen en intenties vorm weten te geven binnen Fides. De naam 'Fides' staat voor geloof en vertrouwen van een kind in zichzelf. De Fides-methode wil kinderen via simpele, praktische en zichtbare manieren inzicht verschaffen in zichzelf en hun omgeving. Het gaat erom dat een kind via sociale vaardigheden leert zichzelf (bij) te sturen. Dit artikel beschrijft een inspirerende doorkijk in de Fides-praktijk.

Een ballon in jezelf

'Zelf' vormt het centrale begrip in de methode. Zelf aan de slag gaan vanuit het geloof dat je zelf de kracht hebt om problemen op te lossen. Door zelf iets uit te proberen, zelf vragen te stellen en zelf van fouten te leren, word je sterker, groeit je zelfvertrouwen en word je sociaal weerbaarder. Dit 'zelf' heeft betrekking op kinderen, leerkrachten en ouders; alle mensen die betrokken worden bij het proces. Sociaal weerbaarder worden is niet alleen bedoeld voor kinderen die moeite hebben om bijvoorbeeld voor zichzelf op te komen. Henk legt het als volgt aan kinderen uit. "Je longen kun je zien als een ballon. Als je één ballon hebt die mooi is opgeblazen, vol en rond, met genoeg lucht om te reageren op de ander gaat het vaak goed in communicatie met anderen. Als je een ballon hebt zonder lucht, slap en leeg, en dus eigenlijk geen ballon, zul je niet krachtig genoeg kunnen reageren op de ander waardoor je niet het effect bereikt waarop je hoopt. Als je tien opgeblazen ballonnen hebt en dus heel veel lucht, zul je hard en te fel reageren op de ander waardoor je ook niet het effect krijgt waarop je hoopt. Zo zie je dat nul ballonnen eigenlijk net zo ver van het goede midden af ligt als tien ballonnen. Kinderen met vaak nul ballonnen hebben dus net zoveel te leren als kinderen met vaak tien ballonnen. Daarom zitten deze verschillende kinderen bij de bijeenkomsten van Fides ook bij elkaar in één groep. " In de bijeenkomsten wordt op een vrolijke, 'gekke', maar zeker ook serieuze manier met de kinderen gewerkt. Er is een goede afwisseling tussen het speelse en het serieuze, kinderen voelen dit feilloos aan. Ze komen in een speelzaal bij elkaar, gaan in een kring zitten, praten met elkaar, luisteren naar elkaar en doen - in de ogen van kinderen - spelletjes. Henk en Ingrid 'testen' de kinderen, kijken hoe ze reageren als er een elastiekje uit hun haar wordt getrokken of de gel uit hun haar wordt gewreven. Ze leren de kinderen hun stem goed te gebruiken, niet te hard, niet te zacht en kinderen zien het effect hiervan. Ze spelen alledaagse herkenbare situaties na, leggen uit en spelen toneelstukjes. Er heerst een ongedwongen sfeer. Naast het feit dat kinderen zelf aan de slag moeten, is hulp van anderen onmisbaar. Zij laten je zien wat al goed gaat en wat nog niet. Daarom is er binnen de Fides-methode veel aandacht voor alle betrokkenen. Zo zijn er clinics waarbij Henk en Ingrid een hele klas kinderen bezoeken en zo aan de groepssfeer werken. Ze geven trainingen aan basisschoolteams zodat er schoolbreed via hun methode gewerkt kan worden. Ook verzorgen ze studiedagen waarbij ze een onderdeel van hun methode laten zien, waarmee ouders of leerkrachten vervolgens zelf aan de slag kunnen. Daarnaast werken ze in kleine groepen van ongeveer acht kinderen. Dit programma bestaat uit tien wekelijkse bijeenkomsten van een uur. Hieraan voorafgaand is er een algemene bijeenkomst voor kinderen, ouders en leerkrachten. Van de tien bijeenkomsten is bijeenkomst vier een kijkles voor ouders en bijeenkomst zeven een les voor ouders. De andere bijeenkomsten wordt met acht kinderen gewerkt. Kinderen uit groep 1,2,3 werken in kleinere groepen met iemand die gespecialiseerd is in het jonge kind.

Welke jas past jou?

Een van de recentste ervaringen is uit een groep 7. Naar aanleiding van een training aan het hele schoolteam ontstaat er vanuit de leerkracht van groep 7 een vraag. In de klas hangt geen prettige sfeer, er is veel fysiek contact tussen de kinderen. Ze zijn druk, brutaal, roepen door de klas, er zijn veel plagerijen en er is weinig orde. Henk en Ingrid gaan aan de slag. Ze leggen aan de kinderen uit dat ze komen om wat te doen aan de klassensfeer. In de eerste bijeenkomst tasten ze af hoe de kinderen met elkaar omgaan en waaraan behoefte is. In een tweede bijeenkomst spelen ze het spel "Welke jas kies ik?" met de kinderen. Dit spel is bedoeld om kinderen inzicht te geven in zichzelf en de ander, want wat je ziet is niet altijd de 'waarheid'. De stoere is misschien niet altijd zo stoer of alleen maar stoer. De jas staat in het spel voor een rol die iemand speelt. Maar ook voor het etiket dat anderen op het kind plakken. Henk en Ingrid introduceren een grote kapstok met daaraan heel veel jassen, die je allemaal aan en uit kan doen. Op school draag je misschien een andere jas dan thuis. In de klas worden bordjes opgehangen met daarop 'jaloers', meeloper', 'eerlijk', 'pester', 'zeker', 'stoer', 'lief', enz. Vervolgens gaan de kinderen staan bij de jas die het beste bij hen past. Daarna mogen de kinderen andere kinderen bij een jas plaatsen. Er wordt duidelijk gemaakt dat dit de 'waarheid' is van de ander en dat het dus niet de waarheid hoeft te zijn van het kind dat bij de jas staat. Na deze rondes leggen ze uit waar elke jas voor staat en dat elke jas wel een positieve kant en een negatieve kant heeft. 'Lief' kan bijvoorbeeld heel positief zijn maar als je uit angst zo lief bent dat je de ander jouw huiswerk laat overschrijven is het niet meer zo positief. Tijdens de uitleg wordt duidelijk dat iedereen alle jassen in meer of mindere mate kent. Eigenlijk heb je ze ook allemaal nodig. 'Jaloers' kan best positief zijn als je daardoor probeert net zo goed te presteren als een ander. Tot slot vragen Henk en Ingrid aan de kinderen om nu nog eens bij de jas te gaan staan waarvan ze denken: "Daar hoor ik." Veel kinderen komen nu in verwarring. Ze hebben al ervaren dat ze niet slechts bij één jas horen. "Ik heb eigenlijk van alles een beetje." Als dat zo is mogen de kinderen in het midden gaan staan bij de grote kapstok met alle jassen. Na deze les heeft de leerkracht regelmatig de jassen genoemd in de klas. "Ik heb vanochtend al vaak de stoere jas gezien bij jou, probeer vanmiddag eens een andere aan te doen." Door op deze manier met de kinderen te werken kun je voorkomen dat je alleen een oordeel uitspreekt over de ander. Na twee lessen in deze groep 7 tekenen de kinderen en de leerkracht een maatbeker. "Op de helft teken je een lijn; dat is 50. Als er geen water in zit is het 0 en een volle beker is 100. Probeer nu twee lijnen te trekken. Eén lijn voor hoe je de sfeer in de klas vond voordat we hier kwamen en één lijn nu we hier twee keer zijn geweest." De resultaten zijn eerlijk en helder. Veel kinderen geven aan dat ze de sfeer verbeterd vinden. Sommigen gaan van 25 naar 75 of 100, anderen zijn voorzichtiger. Henk en Ingrid overleggen met de leerkracht het vervolg. Dat zijn altijd maatprogramma's. Alle onderdelen van hun methode worden steeds afgestemd op de behoefte van de doelgroep.

Bang voor kinderen

Eva heeft een tijd geleden deelgenomen aan de groepsbijeenkomsten met nog zeven andere jongeren. Eva is 17 jaar en wil graag werken met kinderen. Ze loopt stage maar haar school heeft laten weten dat ze het beter vinden dat ze stopt met de opleiding. Het doel waarmee Eva dus bij Fides komt is: ik wil leren hoe ik contact kan maken met anderen, vooral met kinderen. Tijdens de eerste bijeenkomsten komen ze niet echt verder. Ze wordt steeds uitgenodigd om iets op te schrijven dat goed gaat en iets dat minder goed gaat. In de eerste weken schrijft Eva hele verhalen en alles gaat goed. Henk en Ingrid hebben een gesprek met haar, over haar doel. Ze vragen haar ook zaken op te schrijven die niet zo goed gaan. Na een aantal bijeenkomsten komen ze erachter dat Eva bang is dat kinderen haar niet leuk genoeg vinden en dat ze daarom steeds dichtklapt in contact met kinderen. Omdat dit gevoelig ligt bij Eva, vindt ze het lastig om echt concrete stappen te zetten. Samen proberen ze te zoeken naar een goed vervolg. Ze komen tot een voorstel om vrijwilligerswerk te zoeken, waarbij ze met kinderen om moet gaan om zo aan kinderen te wennen. Telkens stelt Eva deze stap uit. Ook vanuit haar ouders is er weinig medewerking. Haar ouders herkennen haar angsten en hebben dezelfde passiviteit. Uiteindelijk worden er concrete, harde afspraken gemaakt: "Volgende week als je weer hier komt heb jij een baantje geregeld!" De week erop heeft Eva inderdaad bij een kinderdagverblijf een baantje kunnen vinden. Dat gaat erg goed en haar zelfvertrouwen in het omgaan met kinderen groeit. Uiteindelijk zit Eva weer op haar opleiding. Maar nog steeds is er die passiviteit. Eva heeft erg veel geleerd maar blijft behoefte houden aan ruggesteun en stimulans. Mensen die haar vertellen dat ze plannen moet maken, zich moet houden aan planningen, enz. De tien bijeenkomsten zitten er inmiddels op. Maar Eva heeft het zo prettig ervaren dat ze Henk en Ingrid zelfs nu nog regelmatig mailt hoe het met haar gaat, hoe het op school gaat, wat voor nieuwe plannen ze heeft én heeft uitgevoerd. De druk om zelf een stap te ondernemen om door te kunnen gaan met de sessies was voor haar de kanteling.

Nooit klaar

Fides is een bevlogen, ervaringsgerichte methode van twee betrokken mensen die werken vanuit hun ervaring en hun hart! Henk en Ingrid geven aan nooit klaar te zijn met hun 'methode'. Van elk kind, elke klas, elke ouder of leerkracht leren ze weer iets wat hun ervaring uitbreidt en stof te nadenken geeft om hun methode aan te scherpen of uit te breiden. Zo sturen ze kinderen en ouders die ooit hebben deelgenomen aan één van de onderdelen van Fides een uitnodiging voor een jaarlijkse terugkomdag. Hier horen ze hoe kinderen zijn gegroeid na hun bijeenkomsten. De publicatie 'Ik maak me sterk' is onlangs verschenen. Het is een praktisch boek voor leerkrachten over zelfvertrouwen en weerbaarheid. Het beschrijft een aanpak met enkele eenvoudig uit te voeren praktijksuggesties. Aan een publicatie voor ouders en voor kinderen wordt gewerkt.